Japan is raar op een manier die je niet verwacht. Niet ingewikkelder, gewoon anders. De treinen rijden op de seconde nauwkeurig, restaurants sturen je vriendelijk maar resoluut weg als je langer dan een uur blijft zitten, en je spreekt geen woord Japans, maar vreemd genoeg voel je je veiliger dan in Amsterdam. Tot je voor het eerst in de metro staat en ontdekt dat je geen kaartje hebt, geen IC-kaart, geen contant geld — en de automaat alleen Japans spreekt.
Mijn eerste dag in Tokyo stond ik echt in paniek voor zo’n automaat. Vijf minuten lang. Ik sta daar compleet vast — en dan loopt een vrouw in een pak langs, ziet dat ik er niet uitkom, en zonder iets te zeggen pakt ze mijn hand en neemt me mee naar een 7-Eleven verderop. Ze wijst, ik kijk, en twee minuten later heb ik een IC-kaart. Ze laat me zien hoe het werkt en loopt weer weg. Dat was mijn eerste les in Japan: het lijkt ingewikkeld, maar dat valt eigenlijk best mee.
De belangrijkste dingen op een rij
- Minimaal tien dagen, anders voel je je voortdurend opgejaagd; twee weken is realistischer
- Herfst is beter dan het kersenbloesemseizoen: minder mensen, mooie kleuren, aangenaam weer
- De JR Pass is meestal niet nodig — reken eerst uit of het voor jou zin heeft
- Japan werkt grotendeels met contant geld — bereid je hierop voor
- Je loopt veel — neem goede schoenen mee
Hoe lang moet je eigenlijk blijven?
Tien dagen is het minimum. Niet omdat je dan alles hebt gezien — dat lukt toch niet — maar omdat je anders constant het gevoel hebt dat je ergens anders moet zijn.
Ik had mijn eerste trip gepland met negen dagen. Negen. Ik dacht: efficiënt, twee dagen Tokyo, twee dagen Kyoto, één dag Osaka, klaar. Wat kan er misgaan?
Alles en niks tegelijk. Japan is niet moeilijk, maar het vraagt tijd. Je staat voor een enorm heiligdom vol torii-poorten — Fushimi Inari — je kijkt ernaar, je trekt je schoenen uit, je loopt rond, je zit ergens met thee, je kijkt nog eens. Dit zijn geen dingen die je afvinkt. Dit is Japan. En dat kost gewoon tijd.
Met negen dagen rijd je ergens heen, kijkt snel rond en springt weer in de volgende trein. Je voelt je de hele dag opgejaagd.
Negen dagen: Je staat om zeven uur op omdat je ergens moet zijn. Je haast je van trein naar trein. Je eet onderweg wat onigiri uit de supermarkt, je eet het snel op in de trein. Je loopt snel. Je mist compleet dat Japan juist om vertragen draait. Je maakt foto’s, maar het doet je weinig.
Tien dagen: Tokyo (3 dagen) → Kyoto (3 dagen) → Osaka (2 dagen). Pas rond dag acht voelt het iets rustiger. Tegen het einde ontdek je je favoriete ramenplek en vind je het jammer dat je alweer weg moet.
Twee weken: Dezelfde route, maar met ruimte. Je brengt een middag door in een klein museum waar bijna niemand is. Je stapt spontaan in een trein naar een dorpje omdat het er mooi uitziet. Je gaat twee keer terug naar dezelfde ramenbar, zonder schuldgevoel. Pas dan voelt Japan als Japan.
Een week of korter: Dat kan, maar eigenlijk niet. Je voelt je niet ontspannen. Alles gaat snel. Aan het einde ben je eerder moe dan voldaan.
Wanneer boek je je vlucht?
Lentebloesem (half maart tot half april): Dit is beroemd, en ja, het is prachtig. Hele straten vol bloesembomen, overal roze, mensen die onder de bomen zitten met eten en drinken. Heel mooi.
Maar ook: extreem druk. Hotels zijn veel duurder. Je staat met duizenden anderen dezelfde boom te fotograferen. Restaurants zitten vol en zijn duurder. Treinen zijn overvol. Na mijn eerste keer in maart wist ik: dit hoeft voor mij niet nog eens. Het voelt minder als vakantie en meer als een drukke massa.
Herfst (september tot november): Mijn tip. Helder weer, temperaturen rond de 20 graden. Niet te warm, niet te koud. In november kleuren de bladeren rood — net zo mooi als de bloesem, maar veel rustiger. Minder mensen, betere prijzen, en je loopt zonder gedrang door tempels. In Kyoto zit je ineens met twee andere mensen in een tuin waarvan je dacht dat het er druk zou zijn.
Zomer (juni tot augustus): Die sla ik over. Het is niet alleen warm, maar ook vochtig. 35 graden en benauwd. Je zweet continu. Veel mensen vinden dit geen prettige periode.
Winter (december tot februari): Prima optie. Buiten de berggebieden is het droog en fris, maar niet extreem koud. Minder toeristen en lagere prijzen.
Golden Week (27 april tot 5 mei) en Obon (midden augustus): Vermijden. Dit zijn nationale vakantieperiodes. Heel Japan reist tegelijk. Treinen zitten vol, hotels zijn duur of volgeboekt, en veel plekken zijn gesloten. Dit is geen ontspannen vakantie.
Hoe kom je ergens
De Japan Rail Pass: je hebt hem vaak niet nodig
De JR Pass is een toeristenkaart waarmee je onbeperkt met treinen kunt reizen. Veel mensen kopen hem omdat “het erbij hoort”, maar gebruiken hem te weinig.
Prijs: rond de 300 euro voor zeven tot tien dagen.
Wat bespaar je echt?
Tokyo → Kyoto (±120 euro), Kyoto → Osaka (±15 euro), Osaka → Tokyo (±120 euro). Totaal: ±255 euro. Een JR Pass van 300 euro levert dan weinig tot geen voordeel op.
Veel eerste bezoekers kopen de pas en blijven vervolgens vooral in Tokyo. Of ze gebruiken hem voor korte ritjes die met de metro goedkoper zijn. Dan betaal je 300 euro voor iets wat je maar deels benut.
Koop een JR Pass alleen als je:
- lange afstanden reist (bijvoorbeeld tot Hiroshima en terug)
- veel dagtrips plant
- grote afstanden aflegt (bijvoorbeeld richting Hokkaido)
Niet doen als je:
- vooral in één stad blijft
- maar een paar lange treinritten maakt
- vooral in Tokyo reist (metro is goedkoper)
Reken het gewoon even uit. Dat kost twee minuten en bespaart je geld.
IC-kaarten: dit maakt alles makkelijker
Dit zijn contactloze kaarten waarmee je vrijwel alles betaalt. Suica in Tokyo, Icoca in Kyoto en Osaka — ze werken onderling.
Hoe je er een krijgt:
- Ga naar een station
- Zeg: “Suica kudasai”
- Klaar
Waarom het zo handig is:
- Geen gedoe met kaartautomaten
- Je loopt zo door poortjes heen
- Het voelt meteen normaal
- Werkt ook in winkels en automaten
- Je betaalt per afstand
Je eerste dag zonder IC-kaart is frustrerend. Met IC-kaart voelt alles ineens logisch.
Geld: je betaalt vaak contant
Japan werkt grotendeels met contant geld. Dat voelt misschien ouderwets, maar het werkt juist heel soepel.
Hoe vaak? Ongeveer 80% van de tijd. Grote hotels en restaurants accepteren kaarten, maar lang niet alles.
Zo kom je aan geld:
- Neem wat yen mee van thuis, of
- Haal geld bij een 7-Eleven ATM
Dit laatste is het handigst. 7-Eleven ATM’s accepteren buitenlandse kaarten en werken betrouwbaar.
Hoeveel meenemen? Voor twee weken ongeveer 50.000 tot 60.000 yen (€330–€400), afhankelijk van wat je doet.
Het loopt sneller op dan je denkt.
Internet en navigatie
Je hoeft niet alles vooraf te boeken, maar je hebt wel internet nodig.
eSIM of pocketwifi?
eSIM: Je zet een virtuele simkaart in je telefoon, direct internet. Klinkt goed, is soms ingewikkelder dan gedacht, werkt niet altijd. Ik probeerde het een keer, mijn telefoon herkende het niet, drie uur offline in Tokyo. Kostje 15 tot 30 euro.
Pocketwifi: Een klein apparaatje dat je op je luchthaven krijgt, je zet het aan, iedereen kan ervan gebruiken. Ontzettend betrouwbaar. Nadeel: accu gaat dood halverwege je dag, je moet het teruggeven. Kostje 20 tot 35 euro.
Ik zeg: neem pocketwifi. Het werkt. Geen toestanden. Breng wel een powerbank mee — serieus, de accu gaat om drie uur ’s middags leeg als je veel aan het googlen bent.
Google Translate met camera
Dit is het beste wat je op je telefoon hebt. Je hoeft niets in te stellen. Open Google Translate, camera op een menubord, menu, straatnaam, verkeersteken — het vertaalt live op je scherm. Niet perfect, maar het redt je uit veel verwarring.
Ik zat in een klein restaurants in Kyoto. Menu 100% Japans, geen Engels, geen foto’s. De vrouw achter de toonbank wilde me graag helpen, maar taal is taal. Ik haalde mijn telefoon, hield hem tegen het menu, en zag: “braised pork belly with daikon and egg.” Klaar. Menuborden, verkeerstekens, je haalt je telefoon en je weet wat er staat.
Wat neem je mee?
Goede schoenen zijn belangrijk
Je loopt heel veel. Tokyo is kleine straatjes, Kyoto idem. Je gaat tempels in en schoenen uit — dus neem iets wat makkelijk uit gaat. Zware bergschoenen: niet nodig.
Neem mee:
- Loopschoenen met wat grip (gewone sneakers kunnen ook)
- Lichte jas voor herfst/winter
- Extra sokken (je trekt ze voortdurend uit)
- Je eigen tandenpasta en deodorant (duur in Japan)
Dit koop je ter plekke
- T-shirts en basics: Uniqlo overal, goedkoper dan thuis
- Paraplu: elk winkeltje, 5 euro
- Zonnebrandcrème: drugstores, goedkoop
- Regenponcho: klein winkeltje voor 3 euro, veel handiger dan paraplu
Hoe gedraag je je
Geen fooien. In Japan hoort je niet te fooi’en. Het voelt ongemakkelijk en Japanners snappen het niet. Dus: je betaalt exact, je gaat weg. Uitzonderingen: ryokan (traditioneel verblijf) waar je 10% extra betaalt, en dat is het.
Schoenen aan of uit. Dit is cruciaal omdat je het voortdurend doet. In tempels: uit (je ziet een plankje waar iedereen ze neerzet). In restaurants met tatami (matten): uit. Normale restaurants: aan. Winkels: aan. Iemands huis: uit. Dit voelt eerst raar, dan normaal.
Bij het eten. Snel slurpen bij noodles is compliment, niet onbeleefd. Eetstokjes in de rijst steken is echt taboe (hoort bij begrafenissen). Je betaalt aan de toonbank, niet aan tafel. Geen tips. Je zegt dank u wel door te knikken, niet veel meer.
In de trein. Geen gesprekken, zeker geen telefoongesprekken. Spreken zacht. Muziek via oordopjes. Dit voelt anders dan in Nederland, maar na een week snap je dat dit gewoon fijn is.
Afspreekpunten. Stations hebben veel uitgangen. Shinjuku heeft acht. Zeg nooit “we spreken in Shinjuku” — zeg “zuid-uitgang bij het monument” of zoiets. Wees specifiek.
Meer voorbereiding, meer plezier
Japan is niet moeilijk, maar het vraagt voorbereiding. Een week voelt chaotisch. Twee weken voelt gewoon. Dit is waarom twee weken beter is.
Koop geen dikke reisgids, download niet achthonderd apps. Zorg dat je geld hebt, neem goede schoenen mee, en wees geduldig. Een IC-kaart. Google Translate. Pocketwifi. Verder hoef je niet veel.
Praat met mensen. Hotelieres, restaurateurs, willekeurige mensen in treinen — iedereen helpt. Ook zonder gedeelde taal. Japanners vinden het fijn als je aardig bent en oprecht je best doet. Wees aardig, wees geduldig. De rest regelt zich vanzelf.
Last update: 20 maart 2026





